Wat doe je bij een niet-pluisgevoel?

Je hebt een niet-pluisgevoel bij een leerling, deelnemer of collega.

Altijd beschikbaar: advies en hulp van Veilig Thuis

Je vindt hier voorbeelden van signalen en je kunt chatten of bellen voor advies. Dat kan ook anoniem en ook als je nog twijfelt. Veilig Thuis denkt met je mee over hoe je een situatie op een goede manier meldt. Bel gratis 0800-2000 of ga naar veiligthuis.nl.

Waar speelt het en om wie gaat het?

1

Bespreek je niet-pluisgevoel met de school.

  • In het po doe je dat met de groepsleerkracht, of met de directeur als het de leerkracht zelf betreft. 

  • In vo, mbo en go met de mentor, of met de directeur als het de mentor betreft. 

  • In de voorschool leg je je waarneming voor aan de pedagogisch professional van de kinderopvang.

2

De school pakt de vervolgstappen op.

De school of kinderopvang is hiervoor verantwoordelijk. Je hoeft dit niet zelf op te lossen, want je bent geen hulpverlener.

3

Laat het je SKVR-accounthouder weten.

De accounthouder voert zelf gesprekken met scholen, dus het helpt als die op de hoogte is. Je kunt ook altijd vooraf om advies vragen.

Je begeleidt een activiteit die SKVR zelf of samen met partners organiseert.

Waar komt de onveiligheid vandaan?

1

Bespreek je waarneming met de coördinator.

Doe dit als je een melding wilt doen over een deelnemer.

2

De coördinator stemt af met de teammanager.

De teammanager luistert mee en denkt waar nodig mee.

3

De coördinator en jij voeren samen een gesprek.

Eventueel met de deelnemer erbij, als je dat samen vooraf hebt afgestemd. Wijs de deelnemer op de vertrouwenspersoon.

4

Is het opgelost?

Ja

Het probleem is opgelost, of de deelnemer besluit te stoppen met de lessen.

Nee

De coördinator schakelt de vertrouwenspersoon in. Die neemt de kwestie over en gaat het gesprek aan. Het helpt als iemand merkt dat het gezien wordt.